zondag 9 februari 2014

Het verhaal van een langzitter… Svenja (slot)


Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Er worden dus geen dieren ingeslapen alleen omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gelukkig maar. De keerzijde daarvan is natuurlijk wel dat we altijd een aantal honden of katten hebben zitten die al heel lang op een warm thuis wachten. Zoals Svenja (onlangs geplaatst!), Diza (onlangs geplaatst!), Pino (onlangs geplaatst!) en Bontje (onlangs geplaatst!). De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. 
J
Het verhaal van Svenja is representatief voor het verhaal van zovele jonge moeders die tegen wil en dank buiten moeten zien te overleven... De meeste van hen begonnen hun leven als geliefde huiskat, maar zijn op enig moment - om wat voor reden dan ook - op straat beland. Niet gechipt en niet gesteriliseerd...

Het woord is aan Svenja

Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal.

De zomer was voorbij. Het was herfst. De bladeren aan de bomen waren geel, rood en bruin en op de grond lagen hele stapels dorre en droge exemplaren. Sommige van mijn kamergenootjes vonden het prachtig om daarmee te spelen, erin te rollen en alle geurtjes op te snuiven. Ik hield niet zo van de herfst, ik was een zomerkatje. Ik hield van de warmte, van de zon op mijn bol. Herfst; ik herinnerde me de afspraak die ik met mezelf had gemaakt. Voor de herfst zou ik ergens binnen zijn. Dat was gelukt, een jaar geleden al. Al meer dan 12 maanden woonde ik nu hier. Al meer dan 15 zelfs, om precies te zijn. Het was weer behoorlijk druk in mijn kamer. Niet zo druk als een paar maanden geleden, maar er woonden nog zeker 12 andere katjes. De meeste waren nieuw, vrijwel alle kamergenootjes die ik had leren kennen toen ik net hier kwam, hadden allang een thuis gevonden. Cezar, Remi, Flappie, Kanoa, Momo, Fievel met de halve staart, Mober die me zoveel wijze raad had gegeven… Allemaal hadden ze geluk gehad. Voor allemaal was een mens gekomen die hen had uitgekozen. Wat moeten ze zich bijzonder hebben gevoeld… En vorige week was ook Marsha weg gegaan. De mooie, teruggetrokken Marsha, die qua karakter zoveel op mij leek. Na meer dan een jaar was er een mevrouw gekomen, speciaal voor haar. Ze vond het helemaal niet erg dat Marsha een beetje moeite had met contact en niet altijd even aardig was. Dat ze graag haar eigen gang ging en soms heel veel behoefte had aan privacy. ‘Dat respecteer ik’ had ik de mevrouw horen zeggen. ‘Ze mag bij mij lekker zijn wie ze is. Geen dwang.’ Wat was ik jaloers geweest toen ik dat hoorde. Ik gunde het Marsha van harte, was oprecht blij voor haar. Maar wat wilde ik zelf ook graag zo’n lief mens voor mij alleen…

Een paar van de viervoetertjes waarmee Svenja heel lang heeft samengewoond:
Bontje, Marsha, Fievel en Mober. Ze hebben inmiddels allemaal een gouden mandje gevonden.

7 december 2013. Het was zaterdag. Dat was altijd de meest drukke dag van de week. Op zaterdag kwamen er altijd veel vreemde mensen naar ons kijken. De tijd dat ik verlangend naar de deur had gekeken en zeker wist dat er die dag eindelijk iemand voor mij zou komen, was allang voorbij. De teleurstelling die er iedere keer op volgde was te pijnlijk. Maandenlang had ik mijn best gedaan, me laten aaien, me zelfs laten oppakken… Ik had echt geprobeerd me van mijn beste kant te laten zien, hoe spannend ik het soms ook vond, maar het had allemaal niet geholpen. Dus ik deed geen extra moeite meer, er kwam toch nooit iemand voor mij. Ik lag op een van de plankjes van de grote krabpaal, ver van de deur vandaan. Ik draaide me om, met mijn rug naar de deur toe, en probeerde me af te sluiten voor de gebruikelijke opwinding in de kamer.

De deur ging open en weer kwamen er mensen binnen. Ik hoorde stemmen, maar ook geluiden die ik niet herkende. Wielen? Nieuwsgierig keek ik over mijn schouder. Wat was dat nou? Een van de verzorg-mevrouwen stond met de deur in haar hand en naast haar zat een meneer in een stoel. Een stoel? Een stoel met wielen. Apart. Ik had het nog nooit gezien. Plotseling rolde de stoel vooruit, de kamer in. Wow. Ik schrok er een beetje van. Mijn kamergenootjes ook en een paar vluchtte zelfs de kamer uit, naar buiten. Ik niet. Ik kwam wel overeind, maar bleef op de krabpaal zitten. Gefascineerd en een beetje gespannen keek ik toe hoe de meneer steeds verder de kamer in kwam, met zijn stoel op wielen. De verzorg-mevrouw had de deur inmiddels dicht gemaakt en stond plotseling wel heel dicht bij me. ‘Dit is ze dan’ zei ze ‘onze mooie, eigenzinnige Svenja.’ Uuhhh, wat deed ze nou? Stelde ze mij nou voor aan de meneer in die stoel op wielen? ‘Oh ja, ik herken haar meteen van haar foto’ hoorde ik de meneer antwoorden. ‘Wat is ze mooi zeg. Wat denkt u, zou ik haar kunnen aaien?’ Meneer stak voorzichtig zijn hand naar me uit. Ik twijfelde een seconde, maar om een of andere reden voelde het wel oké. De meneer sprak zacht en was heel rustig. Hij had een prettige uitstraling. Dus ik bleef zitten en liet me aaien. Meneer kriebelde me voorzichtig. Heel even maar en toen trok hij zijn hand weer terug. ‘Zo, da’s wel genoeg voor een eerste keer hè’ zei hij. Ik hoorde de verzorg-mevrouw over mij vertellen. Dat ik heel lief was en dol op aandacht, maar wel alleen als ik daar zelf zin in had. Dat je mij niet moest dwingen en dat ik duidelijk aangaf wanneer ik genoeg had van het gefrut en gefrunnik. Gefrut en gefrunnik? Wat bedoelde ze daar nou weer mee? Nou ja, ze zou wel weten wat ze zei, toch? Die verzorg-mevrouw deed altijd heel erg haar best voor me. Ik hoorde haar ook zeggen dat ik soms een beetje vervelend kon reageren als je toch doorging met aaien, terwijl ik had aangegeven dat niet meer te willen. Ik hield mijn adem in en wachtte gespannen op het antwoord van meneer. Hier ging het namelijk altijd mis. Mensen vonden me leuk en aardig, tot de verzorg-mevrouw vertelde dat ik soms wel eens een tik kon uitdelen. ‘Dat geeft niet’ zei de meneer tot mijn verbazing. ‘Ik moet haar grenzen respecteren en ze mag zelf aangeven wat ze wel en niet wil’ vervolgde hij. ‘Ik weet wat het is om anders te zijn. We passen nou eenmaal niet allemaal in het standaardplaatje. Gelukkig maar.’ zei de meneer. Hij had een glimlach om zijn mond toen hij naar me keek. ‘Ik denk dat Svenja en ik het samen wel gaan redden. Wat denk jij daarvan meisje?’ Wat bedoelde hij nou precies? Bedoelde hij nou wat ik dacht dat hij bedoelde? Bedoelde hij nou dat ik bij hem mocht wonen? Nee, dat kon toch niet? Nee, dat zou vast niet zijn wat hij bedoelde. Ik raakte er helemaal van in de war. Ik keek naar meneer en zag dat hij zijn ogen nog steeds op mij gericht had. Vriendelijke ogen, waar veel rust uit straalde. Ik voelde me raar, warm en koud tegelijk. Ik was zenuwachtig. ‘Ik zou haar heel graag een thuis geven’ hoorde ik de meneer ineens tegen de verzorg-mevrouw zeggen. ‘Is het goed als ik het mandje even haal? Dan kunnen we haar daar inzetten.’ Nu kreeg ik het echt Spaans benauwd. Ik was compleet verbijsterd. Ik had helemaal nergens meer op gerekend. Had er eigenlijk niet meer in geloofd. En dan zou het nu ineens toch gaan gebeuren? Plotseling werd ik bang. Oh jee, ik ging weg. Oh jee, ik moest hier weg. Uit mijn kamer, die me inmiddels zo vertrouwd was. Die ik na al die tijd toch een beetje als mijn thuis was gaan zien…

De meneer en verzorg-mevrouw vertrokken. Ik haalde opgelucht adem, ik moest echt even een paar minuten voor mezelf hebben. Even tot rust komen. Eindelijk, na al die tijd was mijn allergrootste droom uitgekomen… en nu vond ik het doodeng… ‘Svenja gaat, Svenja gaat, Svenja gaat!’ riep Bontje. ‘Jongens, Svenja heeft een thuis gevonden!’ Die lieve Bontje. Ze wist precies wat ik doormaakte. Bontje woonde ook al vreselijk lang in deze kamer. Al bijna net zo lang als ik. Een paar maanden geleden hadden we allemaal gedacht dat ze eindelijk haar thuis had gevonden. En ook al had ze er maanden over gedroomd en gefantaseerd, ze had het op dat moment net zo spannend gevonden als ik nu. Helaas was ze twee dagen later alweer teruggekomen. Ik wist niet precies waarom, Bontje snapte er zelf ook helemaal niks van. De arme schat… Wat had ik een medelijden met haar gehad… Ze had het wel een beetje raar gevonden in het begin, had ze verteld. Dat ze ineens in een ander huis woonde, met vreemde mensen. Maar ook heerlijk. Die rust en ruimte en vrijheid. Maar dat duurde dus maar kort. Ze was er behoorlijk van in de war geweest, dat kon ik me nog heel goed herinneren. En nu stond mij dus misschien wel hetzelfde te wachten… Ik had buikpijn en een hele droge mond. ‘Het komt vast goed Svenja’ zei Bontje ‘Het gaat bij jou vast veel beter dan bij mij. Echt waar, dat geloof ik echt. Het was een hele lieve meneer, dat zag je zelf toch ook wel?’ Bontje bleef tegen me praten en langzaam maar zeker kalmeerde ik een beetje. Vertrouwen, vertrouwen, vertrouwen, fluisterde ik tegen mezelf.

De deur ging open en de verzorg-mevrouw kwam de kamer weer in. Ze had een mandje bij. De meneer in de stoel op wielen bleef in de gang. De verzorg-mevrouw kwam naar me toe, aaide me zacht en fluisterde ‘Het ga je goed lieverd. Vanaf nu kun je weer echt gaan genieten van je leven. Doe dat alsjeblieft! Ik hoop dat je heel, heel erg gelukkig wordt meisje. Ik ga je missen, maar ik gun het je zo ontzettend. Word gelukkig lieverd.’ Toen pakte ze me op en zette ze me in het mandje. Ik vond het nog steeds vreselijk eng allemaal, maar gek genoeg heb ik niet heel erg tegengestribbeld. Dag kamer, dag allemaal fluisterde ik en toen liep de verzorg-mevrouw met mij in het mandje de kamer uit. Wat er vervolgens allemaal gebeurde is een beetje langs me heen gegaan. Ik heb de uren die volgden een beetje in een waas beleefd. Ik weet nog dat we bij de balie zijn gestopt en dat de meneer daar nog een tijdje met de andere verzorg-mevrouwen heeft gepraat en nog wat dingen heeft gedaan. Ik herinner me ook nog dat alle verzorg-mevrouwen me veel geluk wenste en zeiden dat ze me zouden missen en dat we naar buiten gingen en dat ik achter in een auto werd gezet. Maar daarna… Ik was zo zenuwachtig dat ik niet eens meer weet hoe lang ik in de auto heb gezeten of hoe ik uiteindelijk bij de meneer in huis terecht ben gekomen… Ik weet alleen dat ik er opeens was. In een vreemde kamer, met allemaal vreemde meubels en een vreemde geur…

De eerste dagen in mijn nieuwe huis waren erg raar. Ik vond het nog steeds heel erg spannend allemaal en durfde nog niet zo goed ver van mijn slaapplekje vandaan te gaan. De meneer was gelukkig heel aardig en geduldig, hij dwong me nergens toe. Hij heeft me mijn eigen gang laten gaan, heeft me alleen drinken en lekker eten gegeven. Verder niets. Dat vond ik wel heel lief van hem. Na een dag of drie heb ik hem daarvoor bedankt, met een voorzichtig kopje. Daar was hij heel erg blij mee. Vanaf dat moment ben ik mijn nieuwe huis ook gaan verkennen, heb ik een kijkje genomen in alle ruimtes en nieuwe plekjes uitgeprobeerd om te luieren en te slapen. Het was zo rustig in huis. Heerlijk. Langzaam begon ik te ontspannen; me aan te passen aan mijn nieuwe omgeving, aan meneer en aan mijn nieuwe leven. En ik moet zeggen… het beviel me wel.

De eerste foto's van Svenja in haar nieuwe thuis. Het gaat heel goed met haar! :-)

Inmiddels woon ik alweer een aantal weken in mijn nieuwe huis. Meneer heet nou baasje. :-) Mijn baasje, een heel lief baasje. We hebben elkaar helemaal gevonden en ik vind het heel lekker als hij me achter mijn oren of over mijn bol kroelt of alleen maar zachtjes zijn hand op mijn rug legt. Het voelt goed, het voelt vertrouwd, het voelt veilig. Baasje heeft dat ook al aan mijn verzorg-mevrouwen laten weten. Dat vind ik wel fijn, ik wilde heel graag dat zij weten dat ik nu eindelijk echt gelukkig ben. Dat ik nu eindelijk, bijna twee jaar nadat ik de weg naar mijn vorige huis ben kwijt geraakt, weer een eigen plekje heb. Ze hebben zo lang voor me gezorgd. Maar nu… nu ben ik thuis!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen