dinsdag 14 mei 2013

Moor: de verloren zoon komt thuis (deel 2)


De avond en nacht na het vertrek van Moor heb ik uit alle macht geprobeerd mezelf ervan te overtuigen dat ik het juiste had gedaan. Ik had mijn lieve Moor herenigd met zijn baasje. En eenmaal thuis zou hij daar beslist heel erg blij mee zijn. Toch? Pff. Nooit geweten dat 'een goede daad' zoveel pijn kon doen. Ik heb mezelf moeten bedwingen om niet meteen te gaan bellen om te vragen hoe het ging. Dat heb ik dus precies een halve dag volgehouden. Toen ik 's middags belde, kreeg ik mevrouw aan de lijn. Moor was opgesloten in de schuur (ze hadden een boerderij). Daar zat hij voorheen ook altijd. Nee, ze kon hem niet benaderen. Ja, hij had wel gegeten en gedronken. Dacht ze. Hmm, de enorme opluchting, die ik gehoopt had te voelen, bleef uit. Mevrouw was echt heel aardig hoor, maar gerustgesteld was ik niet. Dus de volgende dag maar weer gebeld. Dit keer nam meneer de telefoon op. En op mijn vraag hoe het met Moor ging, antwoordde hij "Oh, die is uit de schuur ontsnapt en zit nu buiten op de mesthoop." Pardon? "Ja, kan gebeuren hè." En toen ik – voor mijn doen – voorzichtig voorstelde dat ze hem dan wel moesten vangen, omdat hij anders weer weg zou lopen, zei hij "Neuh, als ie wegloopt, loopt ie weg hè". Ik was geschokt en heel erg boos. Wat een k……k! Bovendien maakte ik me echt zorgen om Moor. En niet zonder reden. Want toen ik de dag erna weer belde kreeg ik te horen dat ze Moor sinds de vorige middag niet meer gezien hadden. Echte paniek nu. Wat had ik hem in godsnaam aangedaan!? Hij had waarschijnlijk langere tijd op straat gezworven, wie weet wat allemaal moeten doorstaan, had vervolgens zo zijn best gedaan om zijn grootste angst voor mensen (mij) te overwinnen, was me gaan vertrouwen… En dan geef ik hem mee aan – voor mij - volslagen vreemden en in plaats van een warme hereniging en liefdevol thuis, wordt hij met zoveel desinteresse behandeld en belandt de arme jongen weer op straat. Wat voelde ik me verdrietig en vreselijk, vreselijk schuldig.

Een uur later belde mevrouw. Ze reageerde gelukkig iets menselijker dan meneer. Ze vond het echt heel vervelend en was hem gaan zoeken. Ze had hem nog niet gevonden. Ze zou me weer bellen als ze nieuws had. Verdorie. Hier had ik dus echt geen zin in hè. Als ik ergens veel moeite mee heb, dan is het naast de telefoon te moeten gaan zitten wachten op nieuws. Dus mijn moeder opgehaald en samen naar het dorp ruim 7 kilometer verderop gereden. Op zoek naar Moor. We hebben uren rondgereden, rondgelopen, geroepen, gerammeld met brokjes en aangebeld bij wildvreemden om te vragen of ze hem misschien gezien hadden. Niks. Het was een behoorlijk uitgestrekt gebied, met aan twee kanten een grote weg waar erg hard gereden werd. Geen prettige gedachte dat hij daar ergens rondliep… Eigenlijk wilden we geen van beiden naar huis, niet zonder Moor. Maar we waren al uren aan het zoeken, het was ijskoud, pikdonker en al behoorlijk laat. Ik moest de volgende dag – maandag – ook nog werken, dus vroeg op. Met tegenzin uiteindelijk toch maar naar huis gegaan. In de dagen die volgden zijn we elke avond gaan zoeken. Mijn moeder en ik. Steeds de longen uit ons lijf geroepen, gerammeld met brokjes en in de schuren van elke boerderij in de omgeving gekeken. We zijn aan het begin van zo'n avond mevrouw zelfs nog een keer tegengekomen. Ze was nog eens rond gefietst, maar had Moor nergens gezien. De moed zonk ons steeds meer in de schoenen...

Op vrijdagavond – na de zoveelste vruchteloze zoektocht die week - keerden we moe, teleurgesteld en somber terug naar huis... Mijn moeder ging nog even met me mee. Ik weet eigenlijk niet meer waarom. Maar nadat we een minuut of 10 in de keuken hadden gestaan, vroeg ze me haar naar huis te brengen. Nietsvermoedend maakte ze de keukendeur open… om vervolgens heel hard "Oooooooch Moortje" te roepen. Ik schrok enorm. Zal dat moment echt nooit vergeten. Maar daar, buiten op de deurmat… zat mijn allerliefste Moor! Toen mijn moeder vervolgens bijna net zo hard en heel stellig riep: "En nu gaat ie echt nóóit meer weg!" moesten we allebei heel hard lachen. Weer tranen met tuiten, maar dit keer van puur geluk en immense opluchting. Nee, Moor was thuis en geen haar op mijn hoofd die er nog aan dacht om hem weer af te staan! Hij had zijn keuze gemaakt. Hij wilde bij mij zijn! Hij was duidelijk blij om me te zien, blij om weer thuis te zijn. Hij mauwde aan één stuk door en kringelde voortdurend rond mijn benen (iets wat ie een week geleden nog te eng vond). Maar hoe had hij in godsnaam zijn weg naar huis gevonden? Daar heeft hij een flinke afstand voor moeten afleggen en heel wat grote wegen voor moeten oversteken. Zou hij ons dan toch avond na avond hebben horen roepen? Zou hij ons op één of andere manier gevolgd zijn? Dit was toch een klein wonder? Wat een vreselijk knappe en moedige jongen. Mijn held! Wat was ik ongelofelijk trots op hem!

Moor is thuis!

Oh, mevrouw belde me toevallig twee dagen later (ik had haar nog niet ingelicht). Ze hadden hem gezien, een kilometer of wat van hun huis. Hij leek wel gelukkig zo, dus ze lieten hem maar gewoon lopen… Ik weet niet wie ze daar gezien hebben, maar Moor was het niet… Die zat hier, écht gelukkig te wezen… Ik heb besloten haar niet wijzer te maken… Misschien niet helemaal netjes, maar in het belang van Moor wel geoorloofd… vond ik.

1 opmerking: