zondag 15 december 2013

Het verhaal van een langzitter… Svenja (deel 5)

Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Er worden dus geen dieren ingeslapen alleen omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gelukkig maar. De keerzijde daarvan is natuurlijk wel dat we altijd een aantal honden of katten hebben zitten die al heel lang op een warm thuis wachten. Zoals Svenja (onlangs geplaatst!), Diza (onlangs geplaatst!), Pino en Bontje. De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. J
Het verhaal van Svenja is representatief voor het verhaal van zovele jonge moeders die tegen wil en dank buiten moeten zien te overleven... De meeste van hen begonnen hun leven als geliefde huiskat, maar zijn op enig moment - om wat voor reden dan ook - op straat beland. Niet gechipt en niet gesteriliseerd... 

Het woord is aan Svenja

Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal.



De volgende morgen voelde ik me nog niet veel beter. Veel pijn had ik niet, maar wel een heel vervelend gevoel in mijn buik. Het was me een week of twee daarvoor al opgevallen dat mijn buik ook dikker was dan anders. Zelfs Bonzo had er een opmerking over gemaakt, waar ik natuurlijk heel erg boos om was geworden. Ja, logisch. Je zegt nooit tegen een meisje dat ze dikker is geworden! Toch? Sukkel. Maar eerlijk gezegd reageerde hij best lief. Hij zei er meteen bij dat het hem niks uitmaakte en dat ie me nog steeds beeldschoon vond. En dus hadden we het later op de avond weer goed gemaakt. Ik maakte me wel een beetje zorgen, ik kon hier niet ziek worden. Wie moest er dan voor me zorgen? Toen ik nog thuis woonde was ik ook een keer heel erg verkouden geweest. Samen met mijn vrouwtje ben ik toen bij de dokter geweest. Dat was niet leuk, ik vond die man ook helemaal niet aardig. Hij heeft ook nog vieze pillen aan mijn vrouwtje meegegeven, die ik wel bijna twee weken lang heb moeten slikken. Verschrikkelijk! Vrouwtje heeft toen ook mijn favoriete blikvoer gekocht en mijn neus elke dag schoongemaakt. Ik had namelijk helemaal geen zin om te eten en dat vond vrouwtje heel erg. Ze heeft toen echt goed voor me gezorgd… En uiteindelijk ben ik helemaal beter geworden. Dus hoe moest dat nu als ik hier buiten weer zo ziek zou worden? Ik besloot om Tika om raad te gaan vragen. Die kon me vast wel helpen.



Die kans kreeg ik echter niet. Want net toen ik op wilde staan om Tika te zoeken, kreeg ik ineens een vreselijke kramp in mijn buik. Ik slaakte een gil. Zoveel pijn had mijn buik nog niet eerder gedaan. Wat was er in godsnaam aan de hand? Ging ik dood? Ik voelde de paniek opkomen. Een paar tellen laten ebde de pijn echter weer langzaam weg. Pffff. De opluchting was helaas maar van korte duur, want de pijnaanvallen bleven komen… En gedurende de ochtend volgden ze elkaar steeds sneller op. Net toen ik dacht dat ik het echt niet meer aankon, gebeurde er iets… dat zo bizar was… bij de zoveelste aanval van hevige pijn en een enorme drang om te drukken… werd mijn eerste baby geboren… Ik wil er niet te veel over uitweiden. Het was geen prettig tafereel. Alles was nat en vies, bloederig en slijmerig, maar temidden van al die viezigheid… lag een prachtige, piepkleine kattenbaby. Míjn kattenbaby… Ik werd overspoeld door emoties, kreeg een waas voor mijn ogen. Een paar seconden lang… en toen was het alsof zich iets van me meester maakte. Alsof er een knop omging. Om één of andere onverklaarbare reden wist ik precies wat ik moest doen. Rustig blijven, mijn kleintje schoonmaken… Ik draaide op de automatische piloot. 

Nog vier keer maakte ik die middag dezelfde wonderbaarlijke ellende mee. Tot er aan het begin van de avond vijf ieniemienie-katjes stil en tevreden dicht tegen me aangedrukt lagen te slapen. Míjn baby’s… Ik durfde me bijna niet te bewegen. Ze waren zo mooi. Zo perfect. Ik wilde ze niet wakker maken. Ze hadden hun buikje rond gedronken. Ze hadden precies geweten waar ze de melk moesten halen. Hoe was dit toch mogelijk? Ik moest wel hele slimme baby’s hebben gekregen. Heel voorzichtig ging ik een stukje verliggen, zodat ik ze iets beter kon bekijken. In het midden van het hoopje lag een mini-Bonzo; een prachtig pikzwart hummeltje. Een jongetje. Links en rechts van dat kleintje lagen er twee met een schitterend zwart/wit vachtje. Eén daarvan had een piepklein zwart staartje met een schattig wit puntje aan het eind. Het was een meisje. Een schoonheid. Het andere zwart/witje, een jongetje, had zo’n komisch getekend snoetje, dat ik bijna hardop moest lachen. Ik smolt als ik naar hem keek, wat een beeldschoon kereltje. Het verst van me vandaan lag een heel klein rood bolletje. Ook een jongetje wist ik. Een heel mooi manneke, dat later zeker veel meisjesharten ging breken. En dan, het dichtst bij me, het tweede meisje. En wat voor één. Haar vachtje had allemaal verschillende kleurtjes, net als de mijne, maar toch heel anders. Ik was vooral wit, zij vooral zwart. De vorm van haar kleine snoetje leek veel op die van mij. Zij had ook het hardst geschreeuwd toen ze geboren werd. Nu al een grote mond, haha. Dat werd me er eentje hoor. Ik was zo trots op mijn vijftal. Wat een prachtige hummeltjes… Ik was moe en dolgelukkig, maar ook bang. Ik was hun moeder, ik moest voor hun zorgen. Ik was verantwoordelijk voor ze. En dat terwijl ik zelf nauwelijks wist hoe ik hier buiten moest overleven. Er mocht me nu natuurlijk helemaal niks overkomen. Die kleintjes waren volledig op mij aangewezen. Ik kon niet gewond raken of ziek worden of erger… En dan eten. De eerste weken zouden mijn baby’s genoeg hebben aan de melk die ze van me kregen. Maar daarna? Ik zou ze moeten leren om muizen te vangen en om brood te eten… Maar volgens Bonzo was er nauwelijks genoeg voor de katten die hier nu woonden. In de lente en de zomer ging dat nog wel, maar als het koud werd… Ik realiseerde me dat het nu nog veel belangrijker was geworden om snel een thuis te vinden. Maar als me dat al niet lukte voor mij alleen… hoe ging ik dat dan in vredesnaam doen voor ons zessen. Misschien kon de mevrouw van de dikke witte jongen ons wel helpen. Ze was lief. Ik zou ervoor moeten zorgen dat ze mijn baby’s zag. Dan was ze vast meteen helemaal verliefd op ze. Ze waren zó mooi. En dan zou ze ons beslist allemaal in huis nemen. Toch? Ik durfde mijn eigen vraag niet te beantwoorden. Maar ik wist wel dat daar mijn beste kansen lagen. Morgen besloot ik, morgen zou ik een nieuw plan maken. Uitgeput viel ik in een diepe slaap…


Wordt vervolgd

zondag 8 december 2013

Het verhaal van een langzitter… Svenja (deel 4)

Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Er worden dus geen dieren ingeslapen alleen omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gelukkig maar. De keerzijde daarvan is natuurlijk wel dat we altijd een aantal honden of katten hebben zitten die al heel lang op een warm thuis wachten. Zoals Svenja (inmiddels geplaatst!), Diza (inmiddels geplaatst!), Pino en Bontje. De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. J
 

Het woord is aan Svenja


Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal.

De weken vlogen voorbij en ik had aardig mijn draai gevonden. Ik wist waar ik de meeste muizen kon vinden en wanneer de mevrouw met de zwarte haren de eendjes ging voeren en er dus wat brood te halen viel. Ik kende nu ook een paar plekjes waar ik me redelijk veilig kon terugtrekken. Redelijk… Ik had inmiddels namelijk ook geleerd om altijd ‘met één oog open’ te slapen, zoals Bonzo het zei. ‘Je moet altijd alert zijn meisje.’ Dat viel me nog het zwaarste van alles. Je nooit volledig over kunnen geven, nooit 100% kunnen ontspannen. Het gevaar loert in elk hoekje. Nog zo’n wijsheid van Bonzo. Pfff. Ik had inmiddels zoveel wijsheden te horen gekregen dat mijn hoofd er van tolde. Nooit geweten dat je als straatkat zoveel moest kennen en kunnen. Toch had ik het al met al best naar mijn zin. Al bleef het verlangen naar een eigen huis knagen… Ik had ook al een plan bedacht. Ik zou in de buurt van de huizen blijven en proberen de mensen een beetje te leren kennen. Als ik het gevoel had dat ik ze kon vertrouwen, dan zou ik me laten zien. Iedere dag weer. En dan zou er uiteindelijk vanzelf wel iemand zijn die zich over mij zou ontfermen. Naïef volgens Tika en gevaarlijk volgens Bonzo, maar het was míjn plan en ik was vastbesloten om het uit te voeren. Ik had zelfs al een voorzichtig begin gemaakt. Niet helemaal een succes, want ik was al twee keer weggejaagd. Eén keer had de meneer van het grote witte huis zijn hond op me afgestuurd en één keer had de mevrouw van het huis met de rode deur me natgespoten met de tuinslang. Dat van die hond had ik maar niet tegen Bonzo en Tika verteld. Die zouden toch alleen maar ‘zei ik toch’ of ‘ik heb je toch gewaarschuwd’ hebben gezegd. Het voorval met de tuinslang had ik niet kunnen verbergen. Ik was namelijk drijfnat toen ik Bonzo tegenkwam. ‘Je lijkt wel een verzopen kat!’ riep hij meteen. Ik zei eerst nog dat ik in de vijver was gevallen toen ik wat brood probeerde te pakken, maar daar trapte hij natuurlijk niet in. Dus heb ik hem uiteindelijk maar de waarheid verteld. Met tegenzin. Want hij reageerde precies zoals ik had verwacht. ‘Mensen zijn niet te vertrouwen. Je bent gevaarlijk bezig meisje. Je moet echt meer gaan opletten als je hier buiten wilt overleven’ enzovoort enzovoort. Ik hoorde hem gelaten aan. Een klein beetje had hij wel gelijk, maar ik wist uit ervaring dat er ook echt wel lieve mensen waren. Mensen die van je hielden en die voor je zorgden. Hij geloofde daar niet in. Ik wel. Het was een voortdurend twistpunt tussen ons en dat had ik inmiddels maar geaccepteerd. Ik liet hem dus maar uitrazen en reageerde niet. Waardoor hij natuurlijk alleen maar bozer werd. ‘Luister je wel? Hoor je wel wat ik zeg?’ riep hij. Jemig, mannen… Vermoeiende wezens soms hoor. Toch konden we het wel goed vinden samen. We hadden ook al een paar keer samen in het holletje geslapen. Lekker dicht tegen elkaar aan. Volgens mij vond hij me dus echt wel heel leuk. Maar over dat ene punt konden we het gewoon maar niet eens worden…


Het was aan het begin van de middag en voor de zoveelste keer zat ik verscholen achter een grote bloempot in de tuin van het huis met de blauwe gordijnen. Ik wist dat er een mevrouw woonde. Ik had haar al een paar keer gezien, als ze in de tuin bezig was of weg was geweest en thuis kwam. Ik wist ook dat er in dat huis nog minstens één andere kat woonde. Een witte. Een jongen was het. Hij lag altijd op de vensterbank achter het raam. En een keer of twee had ik een soort van zwarte pluim gezien, die net boven de vensterbank uitstak. Misschien nog een kat? Ik wist het niet en ik durfde niet dichter naar het raam toe te gaan om goed te kijken. De witte jongen was dikkig en erg lui. Hij sliep het grootste deel van de dag. De dommerik. Er was buiten zoveel te beleven! Maar stiekem was ik gewoon jaloers… Dat wilde ik ook. Ik wilde ook mijn eigen, veilige vensterbank... De mevrouw leek me erg aardig. Ze praatte altijd door het raam tegen de witte jongen. ‘Dag grote jongen. Dag lieverd.’ zei ze altijd. Ze klonk lief. Eén keer had ze mij ook gezien. ‘Hey, wie hebben we daar?’ hoorde ik haar nog net zeggen. Maar ik was er heel snel vandoor gegaan. Drie dagen eerder had ik mijn aanvaring met de tuinslang gehad en ik nam even geen enkel risico meer. Bonzo zou trots op me zijn geweest. ;-) De mevrouw was mijn huidige nummer 1. In gedachten had ik een top drie gemaakt van de mensen die me het meest geschikt leken. Het meest geschikt… Alsof ik het voor het uitkiezen had… Nou ja, van de mensen waarbij ik een kans dacht te kunnen maken dan. Een kans op een thuis. Ik had al best veel huizen gezien en hun bewoners goed in de gaten gehouden. De mevrouw van de dikke witte jongen stond zonder twijfel op 1. De meneer die aan het einde van deze straat woonde, in het huis met de grote bomen in de tuin, stond op 2. Hij was altijd aan het fluiten en neuriën als hij naar buiten kwam. Hij was altijd vrolijk. En één keer had ik hem ‘hallo knappe kerel’ horen roepen tegen Joris, een kater die hier in de buurt woonde. Dus waarschijnlijk vond hij katten wel leuk… De nummer 3 was lastiger… Ik neigde naar de mevrouw die aan de andere kant van de vijver woonde. Ze was best aardig. Alleen had ze twee kleine kinderen en dat vond ik net iets minder. Die renden en schreeuwden… En die trokken aan je staart en je oren… zoals het kleine neefje van mijn vorige vrouwtje. En als ik dan boos werd, deed mijn vrouwtje altijd heel lelijk tegen míj. Ik snapte daar niks van. Waren er echt katten die dat accepteerden dan? Dus misschien toch maar een andere nummer 3. Er was ook nog dat jonge stelletje. Zij was heel lief. Hij was een beetje chagrijnig vond ik. Maar ja, één van de twee is niet slecht toch. Alleen… ze hadden een hond. Een kleintje dat wel. Maar toch. Hmm, lastig… De nummer 3 moest dan nog maar even wachten. Ik zou me eerst concentreren op mijn favoriete twee en als dat niks zou worden, kon ik nog altijd een nummer 3 kiezen. Maar de mevrouw van de dikke witte jongen… die stond toch echt op 1. Die was echt ontzettend lief. Ze had een zachte stem en als ze met de witte jongen praatte, leek het een beetje alsof ze aan het zingen was. Ik wilde dat ze zo ook tegen mij zou praten. ‘Dag meisje van me. Heb je lekker geslapen? Kom je eten? Ik heb je lievelingsbrokjes klaar gezet.’ Plotseling werden mijn dagdromen ruw verstoord door een stekende pijn in mijn buik. Ai, wat was dat nou weer? Ik had gisteren ook al zo’n raar gevoel in mijn buik gehad. Alsof iets van binnen aan het stompen was. Zo raar. Volgens Bonzo had ik waarschijnlijk gewoon iets verkeerds gegeten. Misschien was die ene muis een beetje ziek geweest? Of was het brood bij de vijver een beetje bedorven geweest? Oef. Weer een steek. Ik kon maar beter naar mijn holletje gaan. Even gaan liggen. Dan zou het daarna beslist weer beter gaan.

Wordt vervolgd

zondag 1 december 2013

Het verhaal van een langzitter… Svenja (deel 3)

Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Er worden dus geen dieren ingeslapen alleen omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gelukkig maar. De keerzijde daarvan is natuurlijk wel dat we altijd een aantal honden of katten hebben zitten die al heel lang op een warm thuis wachten. Zoals Svenja, Diza, Pino en Bontje. De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. J  

Het woord is aan Svenja

Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal. 


‘Wat ben jij een ongelofelijke stomkop!’ siste Tika die avond tegen me. ‘Je had een thúis. Hoe kun je dat nou kwijtraken? Jemig, heb je enig idee hoeveel mazzel je had? Man, je houdt het hier nog geen maand vol. Een luxepoppetje zoals jij!’ Bonzo had gelijk. Tika was niet aardig. Verre van. Maar ik hield mijn mond. Deels omdat ze ergens wel een punt had, al snapte ik niet wat ze bedoelde met luxepoppetje. Maar vooral omdat ik nogal onder de indruk was van haar verschijning. Ze was niet groot, kleiner dan mij, maar ze zag er doorleefd en gehard uit. Ze miste net als Bonzo een deel van haar oor en van haar rechteroog was niet veel meer over. Het zag er heel akelig uit. In haar linkerwang leek een gat te zitten. Ik kon het niet goed zien, maar haar mondhoek hing naar beneden en daarboven zag het er maar raar uit. Haar vacht was vuil en piekerig. Bonzo had me al verteld dat Tika het slachtoffer was geworden van de jagers die mij die middag zo aan het schrikken hadden gemaakt. Ze was beschoten. Waarschijnlijk was haar kaak gebroken en de kogels hadden in elk geval haar oog kapot gemaakt. Ik had medelijden met haar en tegelijkertijd bewondering. Ze liet zich niet klein krijgen. Het was inderdaad een harde tante. Vergeleken met Tika zagen Kees en Bandit er redelijk ongeschonden uit. Kees was een grote rood/witte kater. Minstens net zo groot als Bonzo. Bandit had een prachtige cypersgrijze vacht. Hij was een stukje kleiner, maar erg gespierd. Het waren allebei knappe jongens. Bandit was door een hond te grazen genomen. Dat had Bonzo me verteld. Maar veel was er niet van te zien. Toen ik hem daarnaar vroeg zei hij ‘Hij heeft mijn buik opengereten. Een monster was het. En tanden man! Wow, bizar gewoon. Ik had een megagroot gat in mijn buik. Ik was er echt bijna niet meer geweest hoor. Wil je mijn littekens voelen? Zullen we een stukje gaan lopen?’ Bonzo had ons al een tijdje duidelijk geïrriteerd zitten bekijken en dit voorstel van Bandit was blijkbaar de druppel. ‘Kappen maat’ snauwde hij. ‘Dit meisje hoort bij mij, dus pootjes thuis.’ Ik bloosde. Wat een macho. Ik voelde me veilig bij hem…



Toen we even later mijn terugtocht naar huis bespraken, bleek al snel dat ook Tika, Bandit en Kees me daarbij niet konden helpen. Ik kon ze te weinig vertellen. We hadden geen aanknopingspunten, zoals Tika het noemde. Ze was inderdaad slim, ze kende zoveel moeilijke woorden. En natuurlijk had ze weer gelijk. Ik woonde in een gewoon huis, in een straat zoals alle anderen. In de tuin stond een grote kersenboom. Daarom zaten er altijd zoveel vogels in. Dat had Sientje van de buurvrouw me verteld. We vonden het leuk om daar naar te kijken. Ik pakte ze niet hoor. Dat mocht ik ook niet van mijn vrouwtje. Maar ik had er ook geen behoefte aan, ik had genoeg te eten. Zo af en toe vond ik het wel grappig om ze te plagen. Dan sprong ik in de boom en klom heel snel langs de stam omhoog. Schrikken joh! Dan vlogen ze allemaal in één keer op. En boos dat ze dan waren! Die kleine beestjes kunnen flink mopperen. Haha. Maar veel meer wist ik mijn nieuwe vrienden helaas niet te vertellen over mijn thuis. Na nog wat gediscussieerd te hebben, zei ik tegen Bonzo dat ik wilde gaan slapen. Ik was moe. Doodmoe. Zoveel nieuwe indrukken en zoveel zorgen, dat was een ware uitputtingsslag. Ik wilde ook even alleen zijn. De dingen op een rijtje zetten. Mijn volgende stap bepalen. Maar eerst slapen.

De volgende ochtend werd ik heel vroeg wakker. Ik hoorde de vogeltjes fluiten en het zonnetje scheen op mijn bol. Ik rekte me uit, ondanks alles had ik lekker geslapen. Ik nam op dat moment mijn besluit. Voor nu accepteerde ik mijn situatie. Zo erg was het hier niet. Bonzo was heel erg aardig en volgens mij vond ie mij ook wel heel erg leuk. Dus wie weet… misschien hing er wel liefde in de lucht. Hihi. Voorlopig zou ik het hier wel volhouden. Maar niet voor eeuwig, dat realiseerde ik me heel goed. Ik wilde zo niet leven. Met al die gevaren en de kou, de regen en de honger. Voor de herfst, zo besloot ik, moest ik een huis gevonden hebben. Liefst mijn eigen huis natuurlijk, maar als dat niet lukte… dan een nieuw. Hoe dan ook… voordat het koud werd en nat, moest ik ergens binnen zien te komen. Ik zou een plan maken… Nu ik mijn beslissing had genomen, voelde ik me een stuk rustiger. Zelfverzekerder ook. Ik was geen luxepoppetje! Tssss. Ik kon echt wel mijn eigen boontjes doppen hoor. Ik zou ze nog wel eens wat laten zien. Die chagrijnige Tika. Tevreden met mezelf stond ik op. Tijd om eten te zoeken. En dat kon ik helemaal zelf!


Wordt vervolgd

zondag 24 november 2013

Het verhaal van een langzitter… Svenja (deel 2)

Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Er worden dus geen dieren ingeslapen alleen omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gelukkig maar. De keerzijde daarvan is natuurlijk wel dat we altijd een aantal honden of katten hebben zitten die al heel lang op een warm thuis wachten. Zoals Svenja, Diza, Pino en Bontje. De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. J 

Het woord is aan Svenja


Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal.



Bonzo. Dat was de naam van de grote zwarte kater. Hij was een deel van zijn rechteroor kwijt en op zijn linkerwang zat een litteken dat van zijn mondhoek tot zijn oog liep. Gevolgen van de vele gevechten die hij had gevoerd, zo vertelde Bonzo me. ‘Het straatleven is geen pretje meisje’, zei hij. ‘Niemand zet twee keer per dag eten voor je klaar. Het is soms erg moeilijk om je maag te vullen. Veel mensen willen je niet in hun buurt, die jagen je weg. Soms is er zo weinig te eten, dat je erom moet vechten met andere katten. Dan hebben we allemaal zo’n honger… En er staat ook geen warm mandje voor je klaar. Er zijn nachten dat je gewoon buiten in de regen en de kou moet liggen. Als je geluk hebt, vind je een plekje dat een beetje droog en warm is. Onder de struiken of in een verlaten schuur. Maar je moet altijd opletten. Mijn maatje Bandit is laatst aangevallen door een hond toen hij even lag uit te rusten onder een boom. Hij heeft het maar net overleefd. Man, die zag eruit! En wij kunnen niet naar de dokter hè. Onze wonden moeten uit zichzelf genezen. Dus als ze te erg zijn… dan heb je dikke pech. Er is niemand die je helpt.’ Ik luisterde vol verbijstering naar het verhaal van Bonzo. Ik was bang. Dit leven was ik helemaal niet gewend. En als een doorgewinterde straatkat als Bonzo het al zo moeilijk vond… hoe moest ik dan in godsnaam overleven? Ik had mezelf flink in de nesten gewerkt. Waarom kon ik de weg naar huis niet meer vinden? Ik bleef altijd netjes in de buurt. Het was me nog nooit overkomen dat ik op een vreemde plek terecht kwam. Ik kon me ook gewoon niet herinneren wat er precies was gebeurd. Ooooh, wat een ellende. Bonzo zag de paniek op mijn gezicht en hij legde zijn poot op mijn schouder. ‘Je kunt wel een tijdje hier blijven meisje’, zei hij. ‘Ik zal wel voor je zorgen. Maar daarna moet je echt weer verder. Dit is geen omgeving voor een prachtig poppetje zoals jij. Je moet je thuis zien te vinden’, zei Bonzo. Pffff, maar hoe dan?



Net toen ik aan Bonzo wilde vragen of hij me daarbij kon helpen, hoorde ik ineens een harde knal. Kaboem. En nog twee, kaboem kaboem. Ik vloog omhoog en rende naar de bosjes. Ik rende en rende. Al mijn haren stonden recht overeind, mijn ogen zo groot als schoteltjes, ik was helemaal buiten adem. Wat was dat in godsnaam? ‘Meisje!’ hoorde ik Bonzo roepen, ‘stop!’. Hijgend haalde hij me uiteindelijk in. ‘Niet wegrennen’ zei hij. ‘Dat is gevaarlijk. De knallen die je hoorde komen van de jagers. Die zijn in het veld hierachter aan het schieten. Daar moet je bij uit de buurt blijven.’ Schieten? vroeg ik. Waarop dan? Bonzo was stil en keek me ineens heel serieus aan. ‘Op katten’, zei hij na een paar seconden. Wat? Waarop? Ik had hem vast niet goed verstaan. ‘Op katten’, zei Bonzo nog een keer. Maar waarom dan? vroeg ik hem. Dat wist Bonzo ook niet of misschien wilde hij het me niet vertellen. ‘Ze zullen ons wel lastig vinden’ zei hij alleen. ‘Ik weet het niet meisje. Het is gewoon een gevaarlijke wereld voor een straatkat. Dus je moet hier blijven, je kunt niet zomaar aan het rennen gaan. Voorlopig blijf je dicht bij mij. Ik zal je wel laten zien welke plekjes veilig zijn. Nu gaan we eerst wat te eten zoeken. In de bosjes hier lopen meestal wel wat muizen. Laten we kijken of we er een paar kunnen vangen. En een eindje verder gooit een mevrouw wel eens wat broodrestjes op het gras bij de vijver. Lekker is het niet, maar het vult. Daarna gaan we een slaapplaats zoeken en even uitrusten. Je ziet eruit alsof je wel een dutje kunt gebruiken. Vanavond zal ik je voorstellen aan mijn maten, Bandit, Kees en Tika. Tika is een meisje, net als jij. Erg aardig is ze niet. Het is een harde tante. Ze leeft al haar hele leven op straat. Ze heeft nog nooit een thuis gehad en ze heeft heel veel meegemaakt. Echt kwalijk kun je het haar dus niet nemen dat ze wat chagrijnig is. Maar ze is heel slim. En misschien kunnen we samen wel een plan bedenken om je thuis te krijgen’, zei Bonzo. Ik zuchtte. Ik wilde echt heel erg graag naar huis. Oh, wat miste ik mijn veilige mandje… Ik hoopte maar dat we met z’n vijven een oplossing konden vinden. Als Tika echt al zolang op straat woonde, kende zij misschien wel de weg naar mijn huis…

Wordt vervolgd.


zondag 17 november 2013

Het verhaal van een langzitter… Svenja (deel 1)

Het asiel waar ik als vrijwilliger werk heeft een anti-inslaapbeleid. Zou het dat niet hebben, dan zou ik er niet werken. Zo simpel is het. Ik moet er namelijk niet aan denken dat het leven van gezonde dieren actief wordt beëindigd, alleen maar omdat ze ‘te bang’ zijn of ‘te lang’ in het asiel zitten. Gruwelijk. Dat er ‘dierenvrienden’ zijn die in asielen kunnen werken, waar dit wel aan de orde is… En dierenartsen die zich zonder problemen voor dat soort klussen lenen… Onbegrijpelijk. Hoe kun je dat in godsnaam voor jezelf verantwoorden? Ik vind het al extreem moeilijk om de beslissing te nemen bij dieren die ondraaglijk lijden. Terwijl je in dat geval niet anders kunt. Juist uit liefde voor het dier. Maar een beestje in laten slapen dat gezond is? Dat niets heeft misdaan en alle recht heeft op een gelukkig leven? Het recht heeft op wat begrip, medeleven, tijd en geduld? Wat voor onmens moet je zijn om daar willens en wetens aan mee te werken? 
Ik ben blij met onze langzitters. Natuurlijk niet omdat ze er al zo lang zitten. Dat vind ik heel erg. Maar ik ben wel blij dat ze – tot ze een liefdevol, blijvend thuis hebben gevonden – altijd kunnen rekenen op een veilige plek, waar ze met liefde worden verzorgd. Al duurt het jaren… En dat komt helaas echt wel eens voor. Vooral bij de wat lastiger honden. Maar ook bij de katten, zoals bij Svenja, Diza, Pino en Bontje. De vier katjes die al meer dan een jaar in het asiel wonen. Echt geen enorm vervelende exemplaren. Integendeel. Het zijn stuk voor stuk lieve katten. Alleen een tikje eigenzinnig misschien. ;-) Maar dat maakt ze naar mijn mening nou juist zo leuk. Waarom ze er dan al zo lang zitten? Geen idee. Echt niet. Gewoon domme pech denk ik soms wel eens. Dus misschien helpt het ze wel als ze zelf hun verhaal kunnen vertellen. Van de periode voor ze in het asiel terecht kwamen, weten we vrijwel niets. Dat deel is dan ook gebaseerd op redelijke aannames en een beetje fantasie. J 

Het woord is aan Svenja

Svenja is een beeldschone lapjesdame. Ze op 13 augustus 2012 in het asiel terecht gekomen, samen met haar 5 kleintjes. Haar geboortedatum is geschat op 21 augustus 2009. Svenja vertelt zelf haar verhaal.

Svenja

Ik weet niet meer precies wat er gebeurd is of misschien wil ik het gewoon wel niet weten, maar ik was ineens de weg naar huis kwijt. Ik herinner me wel de paniek en de angst die ik voelde. Niet meteen. Eerst vond ik het allemaal wel spannend, een avontuur. Het was ook weer die periode van het jaar. Je weet wel, dat de katers uit de buurt je ineens wel heel erg aantrekkelijk vinden? Normaal keken Karel, Thomas en Jackson [die woonden bij mij in de straat] nauwelijks naar me om, maar een keer of twee per jaar… Dan konden ze hun ogen gewoon niet van me afhouden. Woeh! Dat streelt toch je ego wel hoor. Een meisje moet nou eenmaal af en toe te horen krijgen dat ze mooi is. Toch?

Nou, zo was het toen ook. Het was lente. Mijn favoriete tijd van het jaar. Ik vind het zo fijn als er weer blaadjes aan de bomen komen en het gras weer echt groen wordt. Als ik weer lekker in het zonnetje kan liggen, uren soezen en doezelen en dromen over Samson [de grote, stoere kater die toen drie straten verderop woonde]. Hihi. Maar hoe ik uiteindelijk zo ver van huis ben beland, dat ik de weg terug niet meer wist… dat weet ik echt niet meer. Ik herinner me alleen dat ik me ineens realiseerde dat ik de plek waar ik was helemaal niet kende. Ik herkende de huizen niet en ook de bomen, de struiken en de lantaarnpalen had ik nog niet eerder gezien. Het rook er ook allemaal heel anders dan wat ik gewend was. Dat vond ik wel leuk. Het kriebelde in mijn buik. Ik vind het prachtig om nieuwe dingen te ontdekken! Misschien dat ik toen ook nog dacht dat ik de weg naar huis vanzelf wel weer zou vinden. Of dat ik wel iemand tegen zou komen, die me kon vertellen waar ik was en hoe ik moest lopen om weer in mijn eigen mandje te kunnen slapen… Die eerste nacht buiten heb ik best genoten. Maar ’s ochtends vond ik het echt genoeg geweest. Ik vond het helemaal niet leuk meer. Ik had honger en wilde mijn lievelingsbrokjes eten. Ik was ook moe van het avontuur en wilde slapen. In mijn eigen bruine mandje met blauwe deken, die helemaal naar mij rook. Ik begon me een beetje zorgen te maken. En hoe later het werd, hoe meer ik in paniek raakte. Niks kwam me hier bekend voor. Ik denk dat ik gedurende de nacht alleen maar verder was afgedwaald. Verdorie, wat nu? Ineens hoorde ik iets. Geritsel. En in een bosje een klein eindje verderop zag ik ook iets bewegen. Een zwarte kater rekte zich uit en kwam mijn kant op. Ik schrok. Deze jongen kende ik niet. En ik weet dat je vreemde mannen niet zomaar mag vertrouwen. Dat had Sientje – mijn buurmeisje – heel vaak tegen me gezegd. Ze kunnen je aanvallen en pijn doen, zei ze altijd. Ow jee. Ik wilde net hard wegrennen, toen de zwarte kater me riep. ‘Hey schoonheid… nieuw hier?’ Hmmm, hij klonk eigenlijk best aardig. Met zijn diepe bromstem. Stoer en sterk. ‘Ik heb je hier nog niet eerder gezien’ zei hij toen hij een meter ofzo bij me vandaan was. ‘En met een uiterlijk als dat van jou… weeeheee… dat had ik me echt wel herinnerd hoor’. Ik bloosde, wat een charmeur. Hihi. Misschien kon hij me wel helpen om weer thuis te komen. En misschien wilde hij zelfs wel met me meelopen? Gezellig…

Wordt vervolgd


woensdag 6 november 2013

Van Bliksem naar Boyke... Dagboek van een angsthaas (deel 10)

Onze angsthaas Bliksem is op maandag 12 augustus verhuisd van het asiel naar een pleeggezin. De kleine man zat op dat moment al ruim 8 maanden in het asiel en bleef – ondanks onze inspanningen – erg bang voor mensen. In het asiel zijn onze mogelijkheden beperkt en om zijn plaatsingskansen te vergroten bood Eveline aan om Bliksem bij haar thuis te onderwerpen aan een intensieve socialisatiecursus. ;-) Dat aanbod hebben we met twee handen aangegrepen! Pleegmama Eveline houdt een dagboek bij van de ontwikkelingen van Bliksem, die ze inmiddels liefkozend Boyke heeft genoemd. 
Het dagboek van Bliksem is geschreven door Eveline, door de ogen van Bliksem.

Twaalf weken lang hebben we de avonturen van Boyke en Eveline met veel plezier gevolgd. De enorme stappen voorwaarts, de onverwachtse wendingen, de kleine stapjes terug… We zijn met bewondering getuige geweest van een prachtig proces, waarin Eveline met veel toewijding, liefde en geduld het vertrouwen van een kleine, jonge, schuwe kattenpuber heeft weten te winnen. Met dit laatste deel sluiten we een mooie, interessante en leerzame socialisatieperiode af. Natuurlijk werkt Eveline achter de schermen met evenveel enthousiasme verder aan haar relatie met Boyke. Op een andere manier, iets minder intensief wellicht, want de knappe Boyke is klaar voor het échte leven. Een leven vol liefde, ontspanning en lol. Dat heeft hij zelf verdiend! Wij zijn enorm trots op ‘onze Bliksem’. Zijn enorme vooruitgang overtreft al onze verwachtingen. En vanaf deze plek wil ik, namens alle medewerkers van Hokazo, Eveline dan ook ontzettend bedanken dat zij deze uitdaging aan wilde gaan. Dankzij haar is ‘onze Bliksem’ nu ‘haar Boyke’ en telt onze planeet weer één ongelukkig angsthaasje minder. Eveline en Boyke… wij wensen jullie alle geluk samen! Laat nog eens wat van jullie horen!


Dag 79 – dinsdag 29 oktober


Geen dag is hetzelfde en elke dag geniet ik steeds meer van dit huis met zijn rust, vrede en liefde voor elkaar. In plaats van dat ik naar beneden ga, komen mijn vriendjes graag naar boven. Om bij mij te zijn. Dat vind ik heel gezellig. We kunnen allemaal goed met elkaar overweg. Ik wil heel erg graag met ze spelen en stoeien, maar de grijze dames geven me nog steeds alleen maar een neusje. Ze spelen alleen met propjes papier en een pluizig ding wat op neer springt als je het vangt en weer los laat. Snap ik niet, ik ben toch veel interessanter en levendiger? En vooral veel knapper dan zo’n nep-pluizenbol aan een stiekje!? Misschien dat op een dag de een of de ander wel los komt, als ik haar maar lang genoeg uitdaag om met me te spelen. Ik heb een lange adem hoor! :-)

Als Sjoerd of Cinthia naar beneden gaat, vind ik het leuk om er achteraan te rennen. Maar echt spelen doen zij ook nog niet. Hmm, volgens mij zijn ze een beetje ingedut hier allemaal hoor. Het is maar goed dat ik hier nu ook woon. Leven in de brouwerij! :-) Oh, ik denk trouwens dat Cinthia een beetje verliefd is op mij, want ze is dag en nacht dicht in mijn buurt. En we eten samen uit één bakje en dan staat ze heel dicht tegen me aan… echt lief hoor. Misschien wordt Cinthia mijn vriendinnetje wel… Hihi.







Dag 80 - woensdag 30 oktober  


Elke keer als het vrouwtje binnenkomt en meteen naar me toe loopt, ga ik nog steeds tekeer tegen haar en leg ik mijn oren plat. Maar vandaag, 30 oktober, gaat alles anders… Ze komt naar me toe, ik blaas… en wat doet ze nu? Zonder handschoen begint ze me te aaien en te kroelen. Hé, dit voelt eigenlijk best wel lekker… Ze blijft maar aaien en aaien. Ik kijk een paar keer naar haar hand en voel dat ik deze handen wel kan vertrouwen. Deze dag is wel heel erg speciaal, want ze komt heel vaak naar me toe om me te knuffelen.

Aan het eind van de dag zegt het vrouwtje onder het knuffelen tegen me: “Boyke, wat ben je een geweldige knul, dit is waar je steeds zo bang voor was en kijk… je hebt jouw angst overwonnen! Dit doen we vanaf nu elke dag een heleboel keer, totdat we er zeker van zijn dat je echt helemaal niet meer bang bent.” Wat ben ik toch een bofkont hè, word ik elke dag tig keer geknuffeld! Ik denk dat ik gewoon nog heeeel lang doe alsof ik nog steeds een beetje bang ben… ;-)

Dag 82 – vrijdag 1 november


Gisteren (dag 81) was een fijne dag. Vrouwtje is inderdaad heel veel bij me geweest om me te knuffelen. En ik heb genoten hoor. Ik heb nu zoveel vertrouwen in het vrouwtje gekregen, dat ik zelfs om knuffels vraag! Echt gewoon helemaal uit mezelf! Is dat niet superknap? Helaas vind ik de camera nog steeds een eng ding, maar het vrouwtje heeft toch een heel mooi moment kunnen filmen. Dat wil ze jullie graag laten zien. Een tijdje terug heeft vrouwtje een keer gezegd: “Van Bliksem naar Boyke en van Boyke naar een grote Boy”. En dit is het moment! Precies 12 weken geleden kwam ik hier als een krampachtig angstig hoopje en nu ben ik een vrolijke speelse jonge kater, die eindelijk kan genieten van alle leuke dingen die een kat zich kan wensen. Met andere kattenvriendjes en een vrouwtje dat ontzettend veel van mij houdt. En natuurlijk ook van alle andere poezenknuffels.

Geniet allemaal van het filmpje en bedankt allemaal voor de leuke reacties. Tot een volgende keer, ik laat echt nog wel eens wat van me horen hoor! Zo gemakkelijk komen jullie niet van me af. Ik wil natuurlijk wel een beetje een bekende Nederlander blijven hè. ;-)




zondag 27 oktober 2013

Van Bliksem naar Boyke... Dagboek van een angsthaas (deel 9)

Onze angsthaas Bliksem is op maandag 12 augustus verhuisd van het asiel naar een pleeggezin. De kleine man zat op dat moment al ruim 8 maanden in het asiel en bleef – ondanks onze inspanningen – erg bang voor mensen. In het asiel zijn onze mogelijkheden beperkt en om zijn plaatsingskansen te vergroten bood Eveline aan om Bliksem bij haar thuis te onderwerpen aan een intensieve socialisatiecursus. ;-) Dat aanbod hebben we met twee handen aangegrepen! Pleegmama Eveline houdt een dagboek bij van de ontwikkelingen van Bliksem, die ze inmiddels liefkozend Boyke heeft genoemd. 
Het dagboek van Bliksem is geschreven door Eveline, door de ogen van Bliksem.


 Dag 69 – zaterdag 19 oktober


"Boyke, heel veel mensen zijn zo trots op jou" zegt het vrouwtje "dat je al zoveel durft. Maar wij weten dat we nog héél veel stappen te gaan hebben hè." Heel veel stappen vrouwtje? En als ik heel erg hard ren… zijn we er dan eerder? "Nou Boyke, we doen het maar rustig aan. Dat lijkt me beter." zegt vrouwtje. En als ik heel erg mijn best doe? Krijg ik dan een lintje? "Als je zover bent dat me helemaal vertrouwt, krijg jij van mij een mooi halsbandje. Dan kan iedereen zien hoe knap je bent en hoe hard je ervoor geknokt hebt om dit te bereiken." Hmm, dat bevalt me wel. Ja, dat is goed vrouwtje. We gaan het elke dag weer proberen!

's Middag komt het vrouwtje weer naar me toe. Ze doet een beetje raar en gaat bij me zitten. Ze kijkt me heel serieus aan en zegt "Boyke, lieverd, ik wil je een belangrijke vraag stellen". Oh jee… wat zou er nu weer gaan komen? "Ik ga zo naar het asiel waar jij gewoond hebt. Ik ga ze vertellen dat je hier blijft wonen en dat je nooit meer weg gaat. We hebben samen zoveel meegemaakt, ik kan je echt niet meer laten gaan jongen. Maar ik wil wel graag van jou weten of je het daar mee eens bent." Duh… wat denk je dan!? Natuurlijk ben ik het daar mee eens! Ja vrouwtje, ik wil heel graag bij jou blijven wonen. Mag ik hier dan echt voor altijd blijven? Hoef ik niet meer naar het asiel terug of naar een ander huis met andere mensen? Echt niet? "Nee Boyke, echt niet" zegt het vrouwtje. "Ik zou je veel te veel missen. Ik hou van je, al vanaf dag 1. Jij hoort bij mij en ik bij jou. En vandaag gaan we het officieel maken." Yes, vandaag is een mooie dag! Ik rol me lekker op mijn zij en laat het vrouwtje door mijn haren kroelen. 

Dag 70 – zondag


Een nieuwe dag is aangebroken, hetzelfde ritueel. Hó even, nee… nu gaat het anders… De deur blijft open staan… Nu krijg ik mijn kans! Ik was altijd al nieuwsgierig naar wat er achter die deur allemaal te zien is... Heel voorzichtig loop ik het vrouwtje achterna. Hé, nog een kamer. Maar dan heel anders dan die van mij. Dat zal de kamer van het vrouwtje zijn. Ziet er een beetje zielig uit… Geen krabpaal zoals in mijn kamer. Oh, ik zie het al… die heeft ze niet nodig, want ze gaat steeds de trap op en af. Dus klimmen doet ze genoeg.

Dag 71 – maandag


Vrouwtje gaat slapen. Ze laat alle deuren open staan. Jeetje. Ze zegt: "welterusten Boyke" en dan kruipt ze helemaal onder de dekens. Zou ze vergeten zijn dat de deuren nog open staan? Ik wacht even. Na een tijdje is het zo stil, dat ik even ga kijken of ze er nog is. Ik spring op haar slaapplaats. Wel heel voorzichtig… Ik voel dat ze er nog ligt. De deken voelt zo lekker aan dat ik zachtjes begin te trappelen. Ze wordt gelukkig niet wakker. Het voelt steeds lekkerder en ik begin steeds harder te trappelen. Oh, wat is dit heerlijk!! Maar mijn nagels zijn zo lang, dat ze in de deken blijven haken. Oeps. Vrouwtje wordt wakker. Ze kijkt een beetje verschrikt op en ziet me dan zitten. In de schemering zie ik dat ze vol ongeloof en met grote ogen naar me kijkt. "Goed zo Boyke, grote jongen" hoor ik haar nog net zeggen. Maar ik ben al weg gesprongen. Goed zo zei ze? Dus weer een stapje verder?

Dag 72 - dinsdag


De volgende dag zegt het vrouwtje: "Nou Boyke, je gaat zo ontzettend snel, ik laat de deur van de kamer beneden ook open." Dan komt ze naar boven en wat loopt er achter haar aan? Een grote dikke grijze beer!!! Jemig!! Of toch niet? Even goed kijken, want ik ben zo geschrokken... Och nee, het is een stevige Sumoworstelaar… Voor deze hoef ik niet bang te zijn. Die snuffelt even aan een paar dingen en gaat lekker in een luie stoel liggen. En zo te horen aan het gesnurk ligt ze al in een diepe slaap. Zeker een vermoeiende wedstrijd achter de rug. Hè, wat is dat nu? Mijn haren gaan over mijn hele lijf rechtovereind staan. Ben ik zo geschrokken dat ik nu 2 worstelaars zie? Of kijk ik nu zo scheel? Even door mijn oogjes wrijven. Nee, het zijn er echt twee hoor. Twee precies dezelfde dikke grijze worstelaars! Gelukkig mankeer ik niks aan mijn ogen.

Boyke deelt zijn kamer met Yin en Yang

Dag 73 - woensdag


Vrouwtje gaat naar beneden en ik ga heel voorzichtig achter haar aan. Maar dan komt die bolle ook naar beneden, dus verstop ik me vlug ergens achter. Nu staat dikkiedik ineens recht voor me en ik kan nergens heen… Ik begin te roepen, HELP! Want ik weet dat het vrouwtje dan meteen komt om me te helpen. En daar is ze al. "Boyke" zegt ze "je hoeft je niet te verstoppen, want ze vinden je toch wel." Ohoh, wat nu? Ik ren zo snel als ik kan naar mijn kamer. Vrouwtje komt bij me zitten en houdt alles goed in de gaten. Kijk nou toch! Komt er nóg een viervoeter binnengelopen. Waar komen die ineens allemaal vandaan? Ik laat zien dat ik heel groot ben, zo met al mijn haren omhoog tot aan het puntje van mijn staart. En ik brom even, zo van 'ik ben niet bang hoor'. De zwarte viervoeter doet niets. Pfffff, tot nu toe gaat alles goed. Het vrouwtje vindt het blijkbaar allemaal erg interessant, want ze is de hele tijd aan het filmen. Maar ineens stopt ze. Ze ziet dat ik zo steeds word afgeleid en me niet kan concentreren op de gebeurtenissen om me heen.


Inmiddels ben ik erachter gekomen dat die twee dikke grijze helemaal geen worstelaars zijn, maar superlieve knuffelkatten. Ze heten Yin en Yang en het zijn meisjes. En die mooie zwarte heet Sjoerd. Ik denk dat Sjoerd wel te vertrouwen is… Hij kijkt me vriendelijk aan en loopt langs me te paraderen zonder iets naars te doen. Dus toen hij de gang op liep, ging ik hem een stukje achterna. Wel een beetje spannend… maar verder niks aan de hand. Misschien wordt hij wel mijn speelkameraadje!



Dag 74 – donderdag 24 oktober


s' Avonds is iedereen gezellig beneden in de kamer en wat doe ik? Ik ga een kijkje nemen! Ik kijk eerst toch maar wat voorzichtig rond. Je weet immers nooit wie je allemaal tegenkomt. Dan kijk ik het vrouwtje aan. "Hallo Boyke" zegt ze "kom gezellig bij ons zitten of ga lekker wat rondsnuffelen." Nou, heel even dan… en dan weer snel naar boven.

Boyke verkent voorzichtig de benedenverdieping

Nu blijven alle deuren dag en nacht open, zodat we naar boven en beneden kunnen wanneer we zelf willen. Alleen de deur van de slaapkamer van het vrouwtje is 's nachts dicht. Ze zegt "als ik die deur openlaat, dan lig ik 's nachts naast het bed en de beestenboel in bed." Dat is natuurlijk niet de bedoeling, dat snap ik best wel. Het vrouwtje heeft haar nachtrust heel hard nodig, anders kan ze ons niet goed verzorgen. Mijn kamer, nu onze kamer, wordt nu goed gebruikt. De twee flinke dames liggen de meeste tijd van de dag te snurken en de andere viervoeters komen af en toe op de kamer om wat brokjes uit mijn bakje te eten. Het zijn dezelfde brokjes als die van hun, maar bij mij vinden ze het denk ik lekkerder. Ik weet nog steeds niet hoeveel andere katjes hier in huis leven. Volgens mij heeft vrouwtje een hele kudde. Vandaag ben ik hier al 74 dagen en ik heb inmiddels met 5 medebewoners kennis gemaakt. Zelfs poes Cynthia, die vaak bang is voor andere katten, komt mij boven een bezoekje brengen. Ze kijkt me aan en het klikt goed. Ze is niet bang en snuffelt overal aan waar ik geweest ben. Ook door haar word ik vriendelijk ontvangen. Misschien denkt ze wel 'mmmm een echte mannengeur'. :-) Nou dan mag je toch wel trots zijn toch? Mijn nieuwe vriendje en vriendinnetjes zijn Yin, Yang, Sjoerd, Cynthia en Kiki. Het is best gezellig hier!